donderdag 6 januari 2011

Zon

Het werd me al eens eerder duidelijk dat ik een zwak heb voor de zon. Voor het voorjaar, voor de zomer. Heerlijk neerploffen en de warme zonnestralen op me af laten komen. Even m'n ogen dicht doen en de wereld om me heen vergeten. Genieten van de warmte en de zomergeluiden om me heen. De wereld op zien leven onder de blauwe hemel, de wereld op zijn mooist onder de felle zon.
Het werd me al vaker duidelijk. De eerste keer kan ik me niet bewust heugen, maar het moet lang geleden zijn. Lang geleden heb ik bij mezelf ontdekt dat mijn voorkeur uitgaat naar de zon. Naar het voorjaar, naar de zomer.

Drie weken geleden was de wereld wit. Het had gesneeuwd, en het bleef sneeuwen. De kale bomen, de bruine struiken en de dode bloemen werden bedekt met een wit, hemels geschenk. De grauwe wereld was even onzichtbaar. Het was wit en het was koud. En even nam ik de kou voor lief. Ik wandelde door de sneeuw en hoorde de sneeuw onder mijn voeten kraken, ik keek toe hoe de jeugd zich met slee en al van een berg af liet glijden, ik zag sneeuwpoppen gebouwd worden en ik voelde sneeuwballen in mijn nek uit elkaar vallen. Mijn straat veranderde in een schaatsbaan, wat tot gevolg had dat ik moest lopen aangezien ik zou vragen om gebroken botten als ik zou gaan fietsen (ik was namelijk al twee keer languit gegaan). Dit alles nam ik voor lief, want stiekem vond ik die sneeuw heerlijk. Voor even dan. 
Na een aantal dagen was de helft van de sneeuw in ijs veranderd en de andere helft was veranderd in een vieze, zwarte substantie. Kortom, na een aantal dagen was het één grote glijbaan met zwarte zijranden. Wat nou leuk? Een vieze, gore bende met gevaar voor eigen leven. Dat was het.

De dooi kwam dan ook als een soort cadeautje. Sterker nog, toen alle sneeuw weg was en het zonnetje begon te schijnen, kreeg ik alweer de lentekriebels. De kalender was dan ook niet mijn grootste vriend, aangezien hij mij vertelde dat het pas net januari was. Dat de winter dan vaak nog moet beginnen, wilde ik al helemaal niet horen.

Inmiddels zijn we alweer zowat een week verder. Het weer op dit moment: nat en grauw. Meer kan ik er niet van maken. Vanmiddag leefde ik even in de waan dat het heerlijk weer was. Even geen sneeuw, geen regen, geen kou. Dit beeld verdween echter toen ik wakker werd. Even moest ik nadenken waar ik was en in welke maand we leven. Een moment later wenste ik dat ik nog sliep. Want daar scheen de zon. Daar was het warm.

Eens ontdekte ik dat ik een zwak heb voor de zon. Voor het voorjaar, voor de zomer. Nu weet ik: het was een ontdekking voor eens en altijd, want hoe mooi een witte wereld ook kan zijn, ik word er spreekwoordelijk gezegd niet warm genoeg van. 

vrijdag 31 december 2010

Laatste dag van het jaar

De laatste dag is weer aangebroken.
We zinken in gedachten,
we kijken terug op wat gebeurde,
wat ons raakte, wat ons sneed.
Alles komt even terug naar boven,
we beleven weer wat het met ons deed.

Wat zullen we onthouden,
bewaren in een laatje
ergens achter in ons volgestouwde hoofd.
De successen, het falen, de herrie, de rust.
Het zal ons achtervolgen,
waarschijnlijk onbewust

Wat zullen we verbannen,
omdat het pijn doet.
Niet aan willen denken dat het zo is geweest.
Wegstoppen en volgend jaar weer doorgaan,
zonder te slikken
of stil te hoeven staan.

Wat zullen we vergeten
zonder dat we het merken.
De krantenkoppen vol met ellende en dood.
We herinneren wel, maar weten het niet.
Het vervaagt en het verdwijnt,
geen mens die het nog helder ziet.

Wat zullen we bewaren
als warme herinnering,
ergens diep in ons verlangende hart.
Of als een foto aan de wand,
opgehangen om te herinneren.
Niet willen vergeten, maar steeds bij de hand.

Wat nemen we mee
en wat laten we achter.
Hoe gaan we het nieuwe jaar tegemoet.
En wat zal het ons dit keer brengen.
Nog een jaar,
dan weten we wat komend jaar doet.

woensdag 15 december 2010

Mefrouw

Ja, en dan loop je ineens op het Albeda College in Rotterdam. Bij de ingang een groepje jongeren met een peuk in de hand, in de hal wat pratende leerlingen en op de trap wat hysterische leerlingen die elkaar ervan proberen te overtuigen dat zij gelijk hebben wat betreft het lokaal waar de volgende les gevolgd gaat worden. Samen met mijn klasgenoot meld ik me bij de balie en vraag ik naar mevrouw ik-weet-haar-naam-even-niet. We worden naar boven gestuurd, 3e verdieping. Het aantal hysterische leerlingen neemt gestaag toe naarmate we dichterbij de juiste verdieping komen. Na enkele minuten observatie valt mij direct één ding op: deze leerlingen zoeken de grens op. Eigenlijk moet ik continu m'n lach inhouden, want ik moet toegeven: sommigen zijn gewoon grappig.
Na even wachten opent mevrouw de deur en laat een leerling naar buiten. Op het moment dat ze de deur weer dicht wil doen, trek ik mijn mond maar open. "Hallo mevrouw, wij hadden een afspraak met u om kwart voor twaalf." Een wazige blik verschijnt in haar ogen. Een moment stilte en dan: "Oooh, jullie zijn het, kom mee." Gelukkig is ze ons toch niet helemaal vergeten.
Deze vrouw is dus onze contactpersoon tijdens onze stage. Het eerste wat je je afvraagt op zulke momenten is: hoe is ze? We volgen haar naar een ander kamertje. Ze opent de deur en loopt, gevolgd door ons twee, het kamertje binnen. Echter, het blijkt dat nog iemand ons gevolgd is, namelijk zo'n leerling die leuk wil zijn. Mevrouw vraagt wat hij komt doen, waarop hij antwoordt: "Ik wil ook bij dit gesprek zijn mefrouw." Mevrouw kent de leerling duidelijk en zegt dat ie niet zo lollig moet doen en gewoon weer naar buiten kan. Ik lach er om. Op zich is dat leuk zijn hem best gelukt.
Na een gesprek waarin wat meer dingen duidelijk zijn geworden (mevrouw blijkt erg aardig te zijn, later betrap ik haar zelfs op humor), leidt mevrouw ons door de school. We stellen ons voor aan leraren en een aantal leerlingen van het mannelijke geslacht krijgt ons in het vizier. Ze kijken niet langer naar het beeldscherm van hun computer, maar kijken naar ons en naar elkaar. Geroezemoes. Leerlingen van het vrouwelijke geslacht zijn in deze studie ruimte niet aanwezig, dus we vallen blijkbaar nogal op. Enkele ogenblikken later verlaten we de ruimte, waarbij we door alle leerlingen nagekeken worden. Door elkaar roepen ze doei en dag en eenmaal in de gang zoeken ze oogcontact door het raam. Gezwaai.
Even een moment van bezinning. Hier ga ik dus stage lopen. Leerlingen die net zo oud zijn als ik. Voornamelijk jongens die onderuit in de banken hangen en het liefst hun jas nog aan hebben. Nu bestaat deze stage vooral uit observeren en dus in de lessen zitten en aantekeningen maken, maar waarschijnlijk moet ik uiteindelijk een les geven en dus voor de klas staan.
Ik vraag mij nu af, gezien het voorval van zojuist met de leerlingen van het mannelijke geslacht: letten deze jongeheren beter op als ik achterin zit en de klas en docent observeer, of letten ze beter op als ik voor de klas sta?
Hoe dan ook, ik heb er wel zin in. Saai zal het niet worden met al die ik-wil-lollig-zijn-meneertjes. Ik ben wel benieuwd of ze me werkelijk met 'u' aan zullen spreken, want ja, dat moet gewoon. Mefrouw vind ik ook goed. Maar hé, wel graag met een 'v' schrijven dan hè?

zaterdag 11 december 2010

Schoolconcert

Wekenlang repeteren, lange dagen op school, stiekem lessen skippen onder het mom van 'oefenen voor het concert', overal muziek, een geweldige sfeer, aardige leraren, op zaterdag naar school, de aula omgebouwd zien worden, repeteren op het podium, een generale repetitie die altijd uitloopt, preken met leuke briefjes, pannenkoeken als iemand te laat komt, lokalen ombouwen tot een zwijnenstal, in de make-up, zenuwachtig uit het raam kijken hoe lang de rij is voor de deur, nog even één keer oefenen in de gangen, door de raampjes gluren om de aula vol te zien stromen, optreden en je ding doen, in het geval van dansen in het tekenlokaal meekijken op de beamer, genieten van het applaus, genieten van de sfeer onder de leerlingen, na elke show nabespreken wat goed ging en wat niet, na de laatste show nog één keer buigen, naar boven rennen en alle adrenaline eruit joelen, beneden napraten met het publiek, doorfeesten op de afterparty, de leraren bedanken, de maestro achter alles bedanken, moe en voldaan naar huis, een beetje slapen, weer op zaterdag naar school, een beetje opruimen en schoonmaken en heel veel praten, de laatste bezem er doorheen en neerploffen op een blauw stoeltje in de hal. Einde schoolconcert.

Zo gaat dat. Athans, zo ging het toen ik nog meedeed en ik gok dat daar eigenlijk weinig aan veranderd is. Afgelopen week was het weer zover. Het schoolconcert op het ISW. Dit jaar genaamd: 'Human. I've got soul but I'm not a soldier.' Ik ben twee avonden wezen kijken en ik kan je vertellen: het was weer geweldig. De opzet was dit jaar anders dan andere keren, maar ik heb twee keer volop genoten. De tweede keer zelfs nog meer. De muziek was goed, het verhaal wat ingewikkeld (ik heb om eerlijk te zijn om uitleg moeten vragen), de zang was goed maar het hoogtepunt was voor mij toch wel de drie meiden in de doeken. In een woord: gaaf. En belangrijker nog: ze leven alle drie nog. Voor mij is het al een tijdje geleden dat ik me met turnen bezig heb gehouden, dus zodra ik één van de drie in spagaat zag zakken voelde ik bij wijze van spreke m'n spieren en pezen al scheuren. Enerzijds was ik dus blij dat ik daar niet hing, anderzijds had ik er dolgraag gehangen, man wat heerlijk! Ik herinner mij het jaar dat ik en nog wat meiden flikflakken en salto's deden op de lange mat en het jaar dat we salto's en salto's met draaien lieten zien op de trampoline, de oooh's en de aaah's en de oeeh's van het publiek zijn geweldig. Dat geeft een kick.
Maargoed, mijn concert tijd is voorbij. Ik zat voor het tweede jaar in de zaal in plaats van dat ik meedeed. Het was weer gaaf. Het was cool. Het was vertrouwd. Ik hou van het ISW. Wie weet kom ik er terug als lerares. You never know..

maandag 29 november 2010

Sneeuw

Ik zal even iets zeggen wat voor jullie vast geen nieuws is: het sneeuwt. Je kunt er ook niet omheen, zelfs niet als je geen ramen hebt of je gordijnen dicht zijn. Twitter staat vol met tweets, dan wel positief (Jeeej, de sneeuw blijft liggen!), dan wel negatief (Pauper sneeuw), Facebook wordt beklad met posts over slipcursussen, kerstlandschappen etc, Hyves laat niets anders zien dan www's over de sneeuw en het rtl nieuws begint met het dramatische bericht dat de sneeuw gezorgd heeft voor de langste avondspits ooit. Wat zijn we toch een stelletje losers hier in Nederland. Sneeuw is heel natuurlijk, en komt overigens ook jaarlijks voor. Heel normaal, en voor veel kinderen is het als een vervroegd Sinterklaas cadeau. Waarom wordt er gelijk zo dramatisch gedaan over sneeuw? Het is toch leuk? Ziet de straat er weer eens anders uit. Die grauwe straat met kale bomen word je ook wel eens zat. Leuk dus, die sneeuw. Als een likje verse verf op een vervallen muur.

Bovendien heb ik nog iets. Laatst las ik in de wereldkrant Metro dat de zout voorraden dit jaar haast niet op kunnen geraken. Een leuke jongeheer stond trots op de foto met een grote voorraad zout. Vorig jaar was het een drama. De winter was strenger dan wij en de nodige instanties aankonden. Sneeuw bleef dwarrelen. Het zout raakte op. Gevolg was dat sommige mensen op de slee naar hun werk moesten, omdat niet op alle wegen meer gestrooid kon worden (pure locatie discriminatie als je het mij vraagt). Dit wilden we echter niet nog eens meemaken, dus maatregelen zijn inmiddels genomen. "Het strooizout is binnen, dus laat die winter maar beginnen", is de uitspraak van laadtransporteurs, aanhangstrooiers en sneeuwploegen. Stop dus met dramatiek en wees blij dat het zout gebruikt kan worden. Het zou toch zonde zijn als dat zout nu eenzaam in de opslagplaatsen zou blijven liggen?

maandag 22 november 2010

Als ik nou jou was

Als ik nou jou was
en jij mij,
zouden we dan
elkaar begrijpen?
Zou ik jouw doen
en jouw laten
niet langer haten
omdat ik weet waarom?
Of zou ik nog steeds
het boek willen dichtslaan,
een andere weg in
omdat verdriet het steeds won?

Zou jij terugkrabbelen,
je bedenken,
als je weet
wat ik denk en voel?
Zou het je raken,
je handelen staken,
en zou je begrijpen
wat ik steeds weer bedoel?
Of zou je het toch
met jezelf kunnen vinden
om weer je weg te vervolgen
op je eigen gevoel?

Als we toch eens
met elkaar konden ruilen,
en zouden testen
hoe het ons zou vergaan,
zouden er dan misschien
na afloop
minder vragen
bij ons beiden bestaan?

vrijdag 19 november 2010

Loze dag

Wat had ik vandaag toch weer een fantastische dag. Het begon al met vroeg opstaan (wederom). De planning was een schooldag van half 9 tot half 6. Eenmaal aangekomen bij m'n eerste les, bleek dat we een of andere landelijke kennistest moesten maken. Leuk. Na drie kwartier was ik klaar. In plaats van dat de les na die test werd voortgezet, mochten we weg. Leuk en aardig, maar mijn volgende les begon pas om half 1. Wachten dus. En nee, studeren zat er niet bij, want er valt op het moment nog weinig te studeren.
Na een uurtje vervelen besloot ik naar de stad te gaan, want, de nieuwe Marco lag vanaf vandaag in de winkel. En jawel, dan bedoel ik natuurlijk Marco Borsato. Ik, als trouwe fan, moest natuurlijk het nieuwe album zo snel mogelijk hebben. (En mensen, wat is ie mooi, echt een musthave.)
Oké, ik dwaal af. Ik had dus drie tussenuren. Drie uren slopen voorbij. Na die drie uren volgde een locatie wisseling. Metro in, metro uit, lopen. Lopen naar ons lokaal. Geïnstalleerd op een mooi plekje achter in het lokaal. Bleken we natuurlijk in het verkeerde lokaal te zitten. Lopen. Lopen naar het goede lokaal. Leraar was uiteraard te laat. Afin, de les begon eindelijk. Hij gaf wat uitleg over wat het vak inhield en wat we allemaal gaan doen. Fijn fijn fijn. We gaan eindexamens Nederlands van het vwo maken. Laat ik dat nou al vaker hebben gedaan. Hij zei er ook bij dat je de lessen niet per se hoeft te volgen als je het al denkt te kunnen. Direct voelde ook die les nutteloos aan.
Wat er nog wel bij kon was de brandoefening, een half uur na aanvang van de les. Iedereen uiteraard makkie an z'n tas inpakken en op slentertempo naar de trap. Ook op de trap liep men niet erg hard. Ik zat op de derde verdieping en ik weet wel: als er echt brand was, had ik nu dit niet geschreven. Dan had ik een hoopje as geweest op de plaats van het Academieplein. Brandveilig is anders, zou toch niet moeten kunnen? (Al denk ik dat dit werkelijk overal hetzelfde is.) Na een klein half uur in de frisse buitenlucht mochten we weer naar binnen. De les werd hervat. Om kwart over twee waren we klaar. Een uur eerder dan gepland. 
Weer een tussenuur volgde. We moesten weer terug naar de andere locatie. Daar deden we een bakkie en doodden we de tijd met niks doen. Om half 4 volgden wij onze weg naar het lokaal waar we onze les zouden gaan volgen. Als klap op de vuurpijl (deze dag was al een hoopje ellende), hing er een briefje op de deur. Het zei dat de lerares ziek was. Tuurlijk! Voor niks gewacht.
Eigenlijk voor niks naar school geweest. Gewoon werkelijk niks gedaan. Ja, een kansloos moeilijke test gemaakt voor een of ander onderzoek en te horen gekregen dat ik een vak niet echt hoef te volgen. Dag dag. Het was fijn je op school door te brengen.

Okeeee, ik heb wél het nieuwe album van Marco Borsato overgehouden aan mijn dagje Rotterdam. Toch nog iets goeds aan deze dag. Sterker nog, het heeft mijn hele dag weer goed gemaakt. Echt een prachtig album. Hij is terug van niet weg geweest. Heerlijk.

donderdag 18 november 2010

Spaans

Vanmorgen had ik mijn eerst les Spaans op school. Om precies te zijn om half negen, dus ik moest en moet er wat voor over hebben. Om tien over zeven moest ik de bus al hebben, dus het was een vroegertje vanmorgen.
Na een zoektocht naar mijn lokaal (ik had les op een andere locatie, dus wist natuurlijk de weg niet), kwam ik terecht in een groep spaansgierige studenten. Enkele minuten later kwam de lerares er aan, die uiteraard direct in het Spaans begon te praten. Ze is zelf een echte Spaanse, dus spreekt Nederlands met een behoorlijk accent en maakt hier en daar niet kloppende zinnen (tja, daar let je dan weer op als studente Nederlands). Toch maakt het me niet uit, doe mij maar een rasechte Spaanse voor de klas; beter kun je niet hebben lijkt mij. Ik kan het weten. In Sevilla kreeg ik ook les van een rasechte Spaanse, en ja dat werkt erg goed.

De les was erg interactief en daar hou ik van. (Het liefst zou ik heel de week die les hebben, maar dat gaat niet.) Er kwam een moment dat de docent ging vragen welke studie je deed. Iemand kwam met een afkorting, en wist zelf niet eens de definitie ervan. Dat terzijde, maar de afkorting wekte enige irritatie op bij de lerares. Niet de afkorting op zich, maar het feit dat het een afkorting was. Ze vertelde dat Nederlands een onwijs moeilijke taal is. Ze doet zo haar best om het te leren, maar alles bestaat uit afkortingen. Zeker binnen school. "Hoe kan ik zo nou goed leren de taal?"

Tja, zo heeft iedere taal wel wat. Zo heb ik mijn irritaties wat betreft de Spaanse taal. De werkwoorden ligt het niet aan. Naja, op de onregelmatige na dan. Zinsbouw ligt het ook niet aan. Uitspraak ligt het ook niet zozeer aan (ik kreeg tijdens mijn evaluatie in Spanje complimenten over m'n uitspraak). Nee, het ligt aan betekenissen van woorden. Of eigenlijk aan honderden woorden die allen dezelfde betekenis hebben. Dan kun je werkwoorden nog zo goed vervoegen, kun je de zinnen nog zo goed opbouwen en kun je je gemaakte zinnen nog zo goed uitspreken; het begrijpen van anderen valt niet altijd mee. Heb je laatst dat ene woord uitgelegd gekregen, gebruikt diegene nu een ander woord. Jij kent dat woord niet dus je weet niet waar hij het over heeft. Als je vervolgens uitleg vraagt, waarna een ellenlange preek op je wacht, blijkt dat ie hetzelfde bedoelde als laatst. Dit keer gebruikte hij alleen een ander woord. Gewoon voor de lol. Omdat het kan. Omdat het niet uitmaakt. Etc.
Leuk dus, die taal leren. Mijn lerares klaagt over afkortingen in het Nederlands. Ik wil kunnen klagen over de vele woorden met eenzelfde betekenis. Misschien moet ik in de toekomst Nederlandse les gaan geven in Spanje. Dan ga ik die Spanjaarden irriteren met onze afkortingen en ga ik klagen over hun onnodig uitgebreide vocabulaire. Lijkt me heerlijk.